150 volksvertegenwoordigers

De Tweede Kamer der Staten Generaal der Nederlanden. Dat is een van de twee `kamers´ die onze democratie besturen. De Tweede Kamer met 150 zetels is de belangrijkste. De Eerste Kamer kan wel zaken tegenhouden, maar is er eigenlijk meer om goed te bekijken of de beslissingen die de Tweede Kamer neemt niet in strijd zijn met de grondwet, internationale verdragen en andere wetten. De Eerste Kamer wordt zelden gebruikt in het politieke spel om regeringen naar huis te sturen.
Zetels
De Staten Generaal zijn ontstaan in de tijd dat de steden steeds belangrijker werden en de landheren duidelijk maakten dat ze niet langer de baas waren, maar de macht in ieder geval voor een deel moesten delen. De Staten, zoals tegenwoordig overigens ook het provinciebestuur nog steeds heet Provinciale Staten), werden verdeeld in twee gedeelten. De Eerste Kamer kreeg 75 zetels en de Tweede Kamer 150.

Verkiezingen
Koning Willem I moest in 1848 accepteren dat er een Grondwet kwam en dat een deel van de mannelijke bevolking de volksvertegenwoordigers mocht kiezen. De koning mocht dan zijn mensen benoemen voor de Eerste Kamer. Begin van de 20e eeuw werd, mate name dankzij de suffragettes onder leiding van de grote Aletta Jacobs het vrouwenkiesrecht een feit en vanaf toen mochten alle mannen en vrouwen, die de volwassenheid hadden bereikt gaan stemmen. (www.alettajacobs.nl)

Tot in de tachtiger jaren van de vorige eeuw was stemmen verplicht. Kwam je niet opdagen en kon je niet bewijzen dat je er echt niets aan kon doen, dan kon je een fikse boete tegemoet zien.

Volksvertegenwoordiging
Er zitten maximaal 150 personen in de Tweede Kamer. Zij worden gekozen via verkiezingen, waarbij men op partijen kan stemmen. Haalt een partij genoeg stemmen, de zogenaamde kiesdrempel, dan komt de leider van die partij in de Kamer. Dus, hoe meer stemmen hoe meer zetels. Nederland kent veel partijen, waardoor er nog nooit een partij is geweest die meer dan de helft van de zetels kon veroveren. Daar zijn we blij mee en trots op, want zo moet iedere partij samenwerken met anderen om een regering te kunnen vormen. Er moet een coalitie worden gebouwd om te kunnen regeren. De Nederlandse democratie staat mede daarom ook bekend als het ‘poldermodel’, een overleg model, waar ook de vakbonden en de werkgeversorganisaties deel van uit maken. Zo zal nooit iemand de macht geheel in eigen hand kunnen nemen, maar moet men alles samen oplossen. Goed voor de democratie, goed voor Nederland en zo is gebleken goed voor onze welvaart. (www.tweedekamer.nl)